Doorzoek hier de gehele collectie. Gebruik het zoekformulier aan de rechterkant om je zoekopdracht te specificeren.

J. & K. Smit 1938

Toegevoegd op 14 april 2014

De Geschiedenis van J&K Smit’s scheepswerven.

De oorsprong van N.V. J.& K. Smit’s scheepswerven ligt op de werf van Fop Jansz. Smit, deze verkreeg bij het overlijden van zijn vader Jan Jaquesse de "huizing met scheeps- en timmerloods met woonhuis aan de Noord, Westzijde van de binnenste loods met helling, timmerwerf en verdere erven binnen- en buitendijks met boomgaarden en grienden, liggende aan de Kinderdijk onder Alblasserdam en strekkende tot onder de jurisdictie van Nieuw Lekkerland, voorts al het scheepmakersgereedschap hetzij groot of klein, alles tezamen voor 800 Car. guldens"
Deze werf lag op de plaats waar de oude werf van J&K Smit en later machinefabriek N.V. Smit en Co was gevestigd.
In mijn eigen woorden, tussen de werf van LSZ en het veer naar Slikkerveer.
Zie locatie foto bij Fop Smit Jansz.

Toen Fop Jansz. zich eind 1784 uit de zaken terugtrok liet hij de werkzaamheden aan zijn 2 zoons Jan Foppe en Jacques Foppe, de laatste bijgenaamd Jakus.
Deze samenwerking werd om wat voor reden dan ook verbroken want Jankus begon in 1790 voor zichzelf op een door hem aangekocht terrein, westelijk van de werf van zijn vader gelegen (het latere LSZ).

Deze Jan Foppe, heeft drie generaties scheepsbouwer voortgebracht:
• Zoon Fop (1777-1866) de werf L Smit en Zn en de scheepsbouwtak aan de Slikkerveerse kant
• Zoon Jan I (11779-1869), de scheepswerven J&K Smit
• Zoon Cornelis (1784-1859), de scheepswerf aan de Noord (oude werf)
Kinderen van deze scheepsbouwers waren stichters van de scheepswerven Jan Smit te Slikkerveer, Piet Smit Jr, te Slikkerveer/Rotterdam, de scheepswerf de Schelde in Vlissingen, de klinknagelfabriek Smit in Slikkerveer, de Electro technische fabriek Smit Slikkerveer, de stoomboot rederij op de Lek, de sleepdienst L.Smit en Co.
Met hun verdere familie, direct of aangetrouwd, waren zij betrokken bij de houthandel, kolenhandel, rijstpelmolen, machinefabrieken enz.

We beginnen dus in 1847 als Jan Foppe zich terugtrekt uit de scheepswerf en de leiding overlaat aan zijn zoons Jan III (1824-1911) en Kornelis (1826-1910).
Zij zetten het bedrijf voort onder de naam Scheepwerf J&K Smit, Murk Lels getrouwd met Ottolina Smit een zuster van de broers Jan en Kornelis werd boekhouder.
De eerste opdracht komt van oom Cornelis Smit (1784-1858) die daarvoor samen met Murk Lels een rederij had gesticht. Voor elk te bouwen schip stichtte men toentertijd door aandelen een rederij met een eigen boekhouding.
Dit eerste schip (Bouwno 1) was de driemast bark met de toepasselijke naam “Eersteling”, kiellegging 13 maart 1847, te water 30 augustus 1848, eerste reis 13 december 1848.
Het schip verging op de eerste reis op de kust van Formosa.

Op de dag van de tewaterlating werd reeds de kiel gelegd voor een vrijwel identiek schip de “Kinderdijk”, ook hier was Murk Lels de boekhouder.
In 1850 verkreeg de werf een opdracht voor het bouwen van 2 raderboten voor de Nijmeegse Stoomboot Maatschappij. Het stoomtijdperk zette definitief in.

In 1824 reeds had vader Jan samen met broer Fop, in een vennootschap, een houten raderboot gebouwd voor de Verenigde Nijmeegse Beurtschippers.
De samenwerking was echter van korte duur, in 1828 werd de vennootschap ontbonden.
(Blad 218 van Slepende rijk)

De jaren na 1850 waren zorgelijk, dankzij de reparatie opdrachten die de broers Jan III en Kornelis door relaties op de Rotterdamse beurs wisten te verkrijgen wist men de moeilijke jaren te overleven.
De reparatiewerkzaamheden namen zo’n groot deel van de werkzaamheden in beslag dat men naar uitbreiding moest zoeken, men vond die in Krimpen aan de Lek.
Op 21 september 1853 werden daar de benodigde percelen voor de somma van ƒ 7 675,- gekocht en door aannemer W. Kraaijeveld uit Sliedrecht in juni 1858 bouwrijp opgeleverd.
(Het huidige watersport (AVI) terrein in Krimpen aan de Lek)
Kornelis neemt in 1856 de leiding van deze werf op zich.
J&K maakt goed naam door in 1859 de bouw van 2 schroef schoeners voor het Ministerie van Oorlog tot een goed einde te brengen.
• Bouwno 31 de Reinier Claezenz, in Kinderdijk
• Bouwno 32 de Cornelis Dirks, in Krimpen aan de Lek.

J&K bouwde ook de grote en bekende klippers, onder andere:
• In 1892 Bouwno 448 in Krimpen aan de Lek, de stalen viermast bark “Jeanette Françoise”, voor reder P.de Hoog., met haar 2 231 ton het toenmalig grootste schip
• In 1902 Bouwno 554 in Krimpen aan de Lek, het in Nederland laatste gebouwde zeilschip de viermast bark “Geertruida Gerarda”, ook voor reder P. de Hoog.
Met een laadvermogen van 3 800 ton is zij het grootste zeilschip geweest dat Nederland ooit heeft bezeten.

In 1868 werd aan de productielijn een product toegevoegd, de eerste baggermolen met een schuine ladder werd gebouwd, de “Stroomdieper”, opdrachtgever D. Volker te Dordrecht.
De verbetering van de verbinding tussen zee en achterland, onder andere de aanleg van de Nieuwe Waterweg heeft mede door de ontwikkeling van de baggermolens en hopperzuigers geleid tot een specialisme bij J&K Smit voor de bouw van baggermateriaal.
Hoewel men moet toegeven dat het idee van de hopperzuiger afgekeken was van de Engelse aannemers die dit materiaal hadden ingezet bij de het Noordzee kanaal en de Nieuwe Waterweg.
Het merendeel van deze hopperzuigers werd op de werf in Kinderdijk gebouwd, de werf in Krimpen aan de Lek werd in het algemeen gebruikt voor reparatiewerk.
Vanaf 1870 zien we regelmatig schepen op de werf in Krimpen aan de lek gebouwd worden, het gaat goed met de werven, gemiddeld per werf zo’n 5 a 6 schepen per jaar.
Men zocht naar uitbreiding, dat was op de bestaande locaties niet mogelijk.

Jan III had met dit probleem al rekening gehouden en een ten noorden liggend, aan de andere zijde van de werf LSZ (de oude Fop Smit werf) buitendijkse percelen aangekocht.
In 1899 wordt dit perceel opgehoogd en gereed gemaakt.
Er werden 2 havens gegraven, een bij de scheepshelling en een aan de zuidkant van de werf, de zogenaamde insteekhaven.
Er werd een dubbel woonuis voor de directie gebouwd, een kantoor en een deel van een werkloods, in juni 1906 de nieuwe werf betrokken.
Voordat de “oude werf” werd gesloten bracht koningin Wilhelmina en Prins Hendrik op 5 maart 1906 een bezoek aan verschillende bedrijven in de Kinderdijk, waaronder ook de werf van J&K Smit met de “Zwarte Zee” op de helling. (gedenkboek blad 114)
De oude werf werd gesloten, zie voor latere bestemming de geschiedenis van de Machinefabriek Smit en Co.
Het laatste schip dat van deze helling gleed, op 18 juni 1806, was de sleepboot “Zwarte Zee I”, Bouw No 575
(Zie de Vier Zwarte Zeeën bld 27 en Slepende rijk bld 229).
De Nieuwe werf werd in de loop der jaren langzamerhand uitgebreid.
• 1910, de werkloods wordt afgebouwd
• 1914-15, een eigen elektrische centrale wordt gebouwd, die tot 1945 dienst zou doen.
• 1914-15, 2 zware betonnen hellingen en een spantenloods worden gebouwd
• 1920-21, de machinefabriek van J. en K. Smit’s machinefabriek N.V. wordt gebouwd
• 1921, het volksgebouw met schaft-, ontspanningszaal en bijgebouwen wordt gebouwd
• 1921, 2 beambtenwoningen worden gebouwd, tegenover het “Volksgebouw”
• 1939-40, de lasloods wordt gebouwd
• 1941, loods voor sleeën en goten
• 1955, hoofdkantoor

Vanaf 1890 is veel baggermateriaal gebouwd, mede dank zij Hendrik Smit (1848-1912 ) een zoon van Jan III en Frederik Smit (1872-1929), een zoon van Hendrik, heeft J. en K. Smit een groot aandeel in de ontwikkeling van baggermateriaal gehad.
• Baggermolen met afstekende ladder (Stroomdieper 1868)
• Cuttermessen
• Toepassen van dieselmotoren
• Baggerpomp (Adam I 1878), verbeterde Hutton zuiger
• Bodemklep lossysteem (Adam II)
• Zijzuigbuis (Adam VII, Maasmond VI)
• Sleepzuigbuis *Sumatra)
• Schoorvalbokken
• Zelfleegzuigsytseem
• Jetwater systeem op de sleepkop

In 1920 wordt de N.V. Machinefabrieken J. en K. Smit opgericht, de kleinzoon van Jan III, Frederik liep al enige jaren rond met de gedachte dieselmotoren toe te passen in baggerwerktuigen. De machinefabriek verwierf mede door zijn toedoen en licentie voor de bouw van Smit-MAN motoren die tot begin jaren 70 in de machinefabriek van J. en K. Smit zijn gemaakt.

J. en K.Smit heeft een belangrijk deel van de tinbaggermolens op zijn naam staan, in 1925 verkreeg de werf van het Departement van Koloniën de opdracht voor de bouw van de tinbaggermolen Diniang.
Tot die tijd werd in Indonesië gebruikt gemaakt van Chineese koelies, echter problemen met de verwerving van dit personeel noodzaakte het Goevernement over te gaan op mechanische delving, naar een voorbeeld van de goudmolens die vooral in Faderated Malya States en in enkele plaatsen op Biliton werden gebruikt.
Hendrik en Frederik heebn een groot aandeel gehad in de ontwikkeling van deze tinmolens.
Ook sleepboten hebben J. en K. Smit veel roem gebracht, onder andere.
• 1897 Zwarte Zee I
• 1907 Roode Zee
• 1946 Witte Zee II
• 1949 Rode Zee IV
• 1962 Zwarte Zee IV
• 1965 Witte zee III

Reageren

Reacties

 
hesselp - 2017-01-17 18:15:55

Als voormalig Slikkerveerder weet ik heel veel minder van de situatie in Kinderdijk dan de auteur van bovenstaande tekst. Toch steek ik bij een paar plaatsen m'n vinger op:
........1. r.21 - Geboortejaar Jan I: 1779
........2. r.30 - "We beginnen dus in 1847 als Jan Foppe zich terugtrekt...".
Waarom "dus"? En met "Jan Foppe" lijkt bedoeld: "Jan I".
........3. r.46 - "In 1824 reeds had vader Jan samen met broer Fop...". Voor mij iets duidelijker is: "In 1824 had vader Jan I samen met zijn broer Fop...".
........4. r.104 - "Het laatste schip dat van deze helling gleed, op 18 juni 1806, was de sleepboot “Zwarte Zee I”,....". Jaartal zal 1906 moeten zijn.
........5. r.150 - "1897 Zwarte Zee I ". Waarom niet bouwjaar 1906?

Aangepast op 2017-01-17 19:52:53

Reageer